Rob Zwitserlood

Eén van de afgeronde promotieonderzoeken waar de Auris onderzoeksambitie op voortbouwt, is dat van Rob Zwitserlood. In zijn proefschrift Language growth in Dutch school-age children with specific language impairment, toont Rob Zwitserlood aan dat kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hun grammaticale vaardigheden blijven ontwikkelen. De zinsbouw van oudere kinderen met een TOS verbeterde wanneer zij taalregels expliciet aangeleerd kregen. Dit betekent dat oudere kinderen met een TOS nog steeds baat kunnen hebben bij taaltraining.

Rob Zwitserlood heeft de grammaticale ontwikkeling van kinderen tussen de 6 en 10 jaar met een TOS drie jaar lang onderzocht. Dit heeft hij gedaan door hun verhalen, uitgelokt met de TAK Verteltaken, te analyseren op grammaticale complexiteit en correctheid. Bij de oudere kinderen met een TOS is ook de vloeiendheid van de spraak onderzocht: hoe vaak herhaalden de kinderen woorden, hoe vaak pauzeerden zij en hoe vaak verbeterden ze zichzelf? De gegevens van kinderen met een TOS werden vergeleken met twee controlegroepen met een normale taalontwikkeling: leeftijdsgenootjes en jongere kinderen met dezelfde taalleeftijd. De kinderen in de laatste groep waren gemiddeld twee jaar jonger dan de kinderen met een TOS.

Resultaten

Resultaten lieten onder meer zien dat kinderen met een TOS in verhouding minder relatieve bijzinnen gebruiken (‘Het meisje dat daar loopt, is een vriendin van mijn zus’) dan kinderen met een normale taalontwikkeling. Ook maakten kinderen met een TOS veel meer grammaticale fouten dan beide controlegroepen met een normale taalontwikkeling. De kinderen met een TOS maakten meer grammaticale fouten dan verwacht op basis van hun woordenschat en taalbegrip. Dit duidt erop dat bij kinderen met een TOS de verschillende taalvaardigheden asynchroon ontwikkelen.

Daarnaast waren de kinderen met een TOS minder vloeiend (meer pauzes, herhalingen en verbeteringen) dan beide controlegroepen. Het verschil met de groep van dezelfde taalleeftijd was kleiner dan het verschil met de groep van dezelfde kalenderleeftijd. Deze resultaten wijzen erop dat onvloeiendheden in de spraak meer verband houden met het niveau van taalvaardigheid dan met leeftijd. Het aantal verbeteringen van spraak verschilde niet tussen de groepen, wat suggereert dat de kinderen met een TOS niet afwijken van kinderen met een normale taalontwikkeling in het kunnen monitoren van hun spraak.

Effect van metalinguïstische taaltraining

Op basis van resultaten over de grammaticale ontwikkeling van de kinderen met een TOS, is een pilotstudie uitgevoerd naar de effectiviteit van metalinguïstische taaltraining. Bij deze taaltraining leerden de kinderen met een TOS grammaticale regels expliciet aan en werd er veel gebruik gemaakt van visuele ondersteuning. Daarnaast werden ook de motorische en tactiele/kinesthetische modaliteiten ingeschakeld.

Uit de eerder uitgevoerde deelonderzoeken van het promotieonderzoek bleek dat oudere kinderen met een TOS minder relatieve bijzinnen produceerden. In de pilotstudie werden relatieve bijzinnen aangeleerd aan kinderen met een TOS van tien jaar en ouder. Een korte interventie van vijf weken met in totaal vijf uur training zorgde voor een verbetering van de productie van relatieve bijzinnen. De vooruitgang was drie maanden later nog steeds aantoonbaar. Deze resultaten ondersteunen het bewijs uit andere interventiestudies dat grammaticale problemen van oudere kinderen met een TOS effectief behandeld kunnen worden met een metalinguïstische aanpak.

Productontwikkeling en vervolgonderzoek

Resultaten uit het onderzoek van Rob Zwitserlood laten zien dat oudere kinderen met een TOS baat kunnen hebben bij metalinguïstische taaltraining. Deze training bestond uit een geprotocolleerd behandelprogramma (Metataal), waarbij Lego-blokjes de verschillende woordsoorten en grammaticale functies aanduiden. Een Lego-bruggetje staat bijvoorbeeld voor een verbindingswoord waarmee een hoofd- en een bijzin aan elkaar verbonden kunnen worden.

De bedoeling is dat dit materiaal in de toekomst door Auris verder wordt ontwikkeld en gedeeld met professionals. Op deze manier leiden de onderzoeksresultaten tot evidence-based producten voor de praktijk en tot het vergroten van de expertise van professionals die werken met kinderen met een TOS.

Naast de productontwikkeling komt er een vervolgonderzoek naar metalinguïstische vaardigheden bij jonge kinderen met een TOS. In dit onderzoek wordt de ontwikkeling van metalinguïstische vaardigheden bij deze jonge kinderen bestudeerd. Daarnaast wordt onderzocht op welke leeftijd de metalinguïstische vaardigheden kunnen worden ingezet in het onderwijs en wordt verder toegewerkt naar het inzetten van bewezen effectieve interventies om de taalvaardigheden van kinderen met een TOS te verbeteren.

Onze locaties

Neem contact met ons op

Stel hier je vragen

Uw Contactinformatie

Uw Feedback